aNovo-actueel: telkens opnieuw kritisch kijken naar algemene maatschappelijke onderwerpen

De risico's van PfAS
Vijf oplossingen voor het huidige PFAS-probleem
Per- en polyFluor Alkyl Stoffen (PFAS) zijn schadelijk voor het milieu en kunnen bij hogere concentraties schadelijk zijn voor mensen. Er wordt gewerkt aan regelgeving die schade door deze stoffen voorkomt. Echter, door de brede toepassing van PFAS in allerlei producten is de toplaag van de Nederlandse bodem vrijwel overal verontreinigd geraakt met lage gehalten PFAS. Deze veroorzaken in de meeste gevallen géén schade, maar kunnen wel leiden tot beperkingen bij het hergebruik van grond en baggerspecie. De afgelopen periode is gebleken dat het Tijdelijk Handelingskader dat in juli door de Staatsecretaris is gepubliceerd ontwikkelingen en onderhoudswerkzaamheden in de weg staat. Het Expertisecentrum PFAS heeft vijf oplossingen uitgewerkt om de huidige knelpunten rondom baggeren en grondverzet weg te nemen. Knelpunten grondverzet Het noodzakelijk onderhoud van watergangen kan niet worden uitgevoerd, (bouw)projecten stagneren en de kosten voor beheer van de openbare ruimte stijgen doordat: - grondverzet in grondwaterbeschermingsgebieden, landbouw- en natuurgebieden sterk wordt beperkt. Zonder vastgestelde achtergrondwaarde mogen grond en bagger in veel gebieden alleen worden toegepast als het gehalte PFAS onder de bepalingsgrens van 0,1 μg/kg ligt; besluiten worden uitgesteld uit onzekerheid over definitief beleid, waardoor de ruimte die het tijdelijk handelingskader biedt niet worden benut. De lokale bevoegde overheden durven niet over te gaan op gebiedsspecifiek beleid; - veel grondbanken en verwerkers geen grond met een PFAS gehalte hoger dan 0,1 μg/kg accepteren zolang de vergunningen (voor het lozen op oppervlaktewater) niet zijn aangepast aan een definitief PFAS beleid. Oplossingen
1. Vaststellen voorlopige achtergrondwaarden maakt grondverzet mogelijk (ook in landbouw- en natuurgebieden). We weten inmiddels voldoende om hier een goede inschatting van te kunnen maken. Op termijn zeer beperkt bijstellen heeft minder negatieve effecten dan de huidige stagnatie en het schept ruimte om de definitieve achtergrondwaarden goed vast te stellen.
o Vaststellen van een per regio geldende voorlopige achtergrond waarde (verwachting is dat deze voor grote delen van Nederland tussen 0,5 μg/kg en 1,0 μg/kg zal uitkomen en in de stedelijke agglomeraties tussen de 1 μg/kg en 3 μg/kg), of
o Aanpassen van de bepalingsgrens tot een robuuste waarde van 0,5 μg/kg à 1,0 μg/kg.
2. Vergroot de kennis in de keten (bevoegde overheden, handhavers, adviseurs en initiatiefnemers) en verbeter communicatie en de samenwerking. Daarmee worden de bestaande mogelijkheden beter benut en onnodige barrières weggenomen. Creëer bestuurlijke ‘experimenteer ruimte’ voor lokale oplossingen en technologische ontwikkelingen.
3. Versnel de besluitvorming rondom het toepassen onder waterniveau en het definitief handelingskader. Een eenvoudige oplossing kan zijn om niet naar het onvoorspelbare uitlooggedrag te kijken maar naar de aangebrachte vracht en de mogelijke effecten. Dan blijkt de 0,1 μg/kg norm bij veel toepassingen ook erg streng.
4. Vereenvoudig de vergunningen voor het storten van baggerspecie en het opslaan van verontreinigde grond.
5. Voorkom herhaling door gezamenlijk (alle bestuurslagen en bedrijfslagen) een werkwijze en communicatiestructuur te ontwikkelen die vergelijkbare problemen in de toekomst voorkomt
 
www.expertisecentrumpfas.nl 28-10-2019
De risico's van PfAS

De risico's van PfAS

Vijf oplossingen voor het huidige PFAS-probleem
Per- en polyFluor Alkyl Stoffen (PFAS) zijn schadelijk voor het milieu en kunnen bij hogere concentraties schadelijk zijn voor mensen. Er wordt gewerkt aan regelgeving die schade door deze stoffen voorkomt. Echter, door de brede toepassing van PFAS in allerlei producten is de toplaag van de Nederlandse bodem vrijwel overal verontreinigd geraakt met lage gehalten PFAS. Deze veroorzaken in de meeste gevallen géén schade, maar kunnen wel leiden tot beperkingen bij het hergebruik van grond en baggerspecie. De afgelopen periode is gebleken dat het Tijdelijk Handelingskader dat in juli door de Staatsecretaris is gepubliceerd ontwikkelingen en onderhoudswerkzaamheden in de weg staat. Het Expertisecentrum PFAS heeft vijf oplossingen uitgewerkt om de huidige knelpunten rondom baggeren en grondverzet weg te nemen. Knelpunten grondverzet Het noodzakelijk onderhoud van watergangen kan niet worden uitgevoerd, (bouw)projecten stagneren en de kosten voor beheer van de openbare ruimte stijgen doordat: - grondverzet in grondwaterbeschermingsgebieden, landbouw- en natuurgebieden sterk wordt beperkt. Zonder vastgestelde achtergrondwaarde mogen grond en bagger in veel gebieden alleen worden toegepast als het gehalte PFAS onder de bepalingsgrens van 0,1 μg/kg ligt; besluiten worden uitgesteld uit onzekerheid over definitief beleid, waardoor de ruimte die het tijdelijk handelingskader biedt niet worden benut. De lokale bevoegde overheden durven niet over te gaan op gebiedsspecifiek beleid; - veel grondbanken en verwerkers geen grond met een PFAS gehalte hoger dan 0,1 μg/kg accepteren zolang de vergunningen (voor het lozen op oppervlaktewater) niet zijn aangepast aan een definitief PFAS beleid. Oplossingen
1. Vaststellen voorlopige achtergrondwaarden maakt grondverzet mogelijk (ook in landbouw- en natuurgebieden). We weten inmiddels voldoende om hier een goede inschatting van te kunnen maken. Op termijn zeer beperkt bijstellen heeft minder negatieve effecten dan de huidige stagnatie en het schept ruimte om de definitieve achtergrondwaarden goed vast te stellen.
o Vaststellen van een per regio geldende voorlopige achtergrond waarde (verwachting is dat deze voor grote delen van Nederland tussen 0,5 μg/kg en 1,0 μg/kg zal uitkomen en in de stedelijke agglomeraties tussen de 1 μg/kg en 3 μg/kg), of
o Aanpassen van de bepalingsgrens tot een robuuste waarde van 0,5 μg/kg à 1,0 μg/kg.
2. Vergroot de kennis in de keten (bevoegde overheden, handhavers, adviseurs en initiatiefnemers) en verbeter communicatie en de samenwerking. Daarmee worden de bestaande mogelijkheden beter benut en onnodige barrières weggenomen. Creëer bestuurlijke ‘experimenteer ruimte’ voor lokale oplossingen en technologische ontwikkelingen.
3. Versnel de besluitvorming rondom het toepassen onder waterniveau en het definitief handelingskader. Een eenvoudige oplossing kan zijn om niet naar het onvoorspelbare uitlooggedrag te kijken maar naar de aangebrachte vracht en de mogelijke effecten. Dan blijkt de 0,1 μg/kg norm bij veel toepassingen ook erg streng.
4. Vereenvoudig de vergunningen voor het storten van baggerspecie en het opslaan van verontreinigde grond.
5. Voorkom herhaling door gezamenlijk (alle bestuurslagen en bedrijfslagen) een werkwijze en communicatiestructuur te ontwikkelen die vergelijkbare problemen in de toekomst voorkomt
 
www.expertisecentrumpfas.nl 28-10-2019