aNovo-actueel: telkens opnieuw kritisch kijken naar algemene maatschappelijke onderwerpen

Blue Color

Land- en tuinbouw

- Gebruik van bestrijdingsmiddelen (bijv. bij de bollenteelt)

Veeteelt

- Uitstoot fijnstof, methaan enz.

- Verspreiding van bacteriën, bijv. Q-koorts

Q-koorts is een infectieziekte die van dieren kan overgaan op mensen. In Nederland zijn besmette melkgeiten en melkschapen de bron van de ziekte bij mensen. De meeste mensen krijgen Q-koorts door het inademen van lucht waar de bacterie inzit. Dit kan gebeuren tijdens de lammerperiode (februari tot en met mei) van geiten en schapen. Als deze dieren besmet raken met Q-koorts kan de bacterie vrijkomen tijdens de geboorte van de lammetjes.

 

Geen verbod op landelijk vuurwerk

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) adviseert om een landelijk verbod in te stellen op extra gevaarlijk vuurwerk (knalvuurwerk, vuurpijlen).

Het kabinet geeft hier geen gehoor aan en laat het aan de gemeenten (de burgemeesters), de politie en het Openbaar Ministerie om zonodig lokaal maatregelen te nemen.

Naast de gevaren verbonden aan het afsteken er van veroorzaakt vuurwerk milieuvervuiling: fijnstof in de lucht en uitstoot van zware metalen.

Bronnen van luchtvervuiling

Het European Environment Agency (EEA) signaleert de volgende bronnen die zeer divers kunnen zijn en zowel een antropogene (menselijke) als natuurlijke oorsprong hebben:

  • het verbranden van fossiele brandstoffen bij het opwekken van elektriciteit, bij transport, in de industrie en in huishoudens;
  • industriële processen en het gebruik van oplosmiddelen, bijvoorbeeld in de chemische en minerale industrie;
  • landbouw;
  • afvalverwerking;
  • vulkaanuitbarstingen, door de wind meegevoerd stof, zeezoutaerosolen en de emissie van vluchtige organische verbindingen uit planten zijn voorbeelden van natuurlijke emissiebronnen.

In Nederland zijn het verkeer (over land en water), de landbouw en de industrie de belangrijkste bronnen van luchtvervuiling. Van alle componenten in de lucht veroorzaken fijnstof, stikstofdioxide en ozon (smog) de meeste schade aan de gezondheid.

Maar dit zijn niet de enige bronnen die deze ongezonde stoffen uitstoten.
Ook de houtstook in en om het huis zorgen voor luchtverontreiniging.
Daarnaast vreugdevuren ('Oud- en nieuw'-viering, Pasen) en niet te vergeten het vliegverkeer.
Deze site zet in het bijzonder laatstgenoemde bronnen in de schijnwerpers.

 

Het Platform Houtrook en Gezondheid (met als belangrijkste leden het RIVM, TNO, VNG, Longfonds, de Stichting Houtrookvrij, verschillende GGD's en gemeenten) heeft op 8 maart 2018 een brief geschreven aan de Staatssecretaris van I en W met als onderwerp de aanpak van gezondheidseffecten door houtrook.

De volledige brief is hier te lezen. Onderstaand de belangrijkste aspecten:

- Het gebruik van open haarden, inzethaarden en vrijstaande kachels voor het verwarmen van woningen neemt de laatste jaren toe. Ongeveer 14% van de Nederlandse huishoudens bezit een met hout gestookte installatie. Het stoken van hout kan voor omwonenden overlast opleveren in de vorm van geurhinder, gezondheidsklachten en roetneerslag
- Het Platform Houtrook en Gezondheid vraagt u daarom actie te ondernemen om dit probleem te voorkomen dan wel sterk te verminderen.Tevens vragen wij u het probleem te herkennen en erkennen en te besluiten acties en maatregelen te (helpen) nemen conform ons voorstel. Dat voorstel is kortweg het volgende:
Het ontmoedigen van het stoken van hout door voorlichting om de schadelijke effecten van houtrook meer bekend te maken.
Het (mede) mogelijk maken van het ontwikkelen van een meetmethode en criteria voor onaanvaardbare overlast/gezondheidseffecten en bijbehorende regelgeving om handhaving mogelijk te maken.
- Het (mede) mogelijk maken van een systeem met eisen voor de gehele stookinstallatie en het gebruik ervan.

Verder verzoeken wij u deze problematiek en de aanpak ervan op te nemen in het op te stellen Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit.
Houtstook door particulieren draagt bij aan de hoeveelheid fijnstof in ons leefmilieu. In 2011 ondervond 10% van de Nederlandse bevolking last van houtrook, lokaal kan dit percentage veel hoger zijn.

De Staatssecretaris heeft op 30 mei 2018 op deze brief geantwoord.

Samenvattend:

Het Platform stelt dat een groot aantal mensen overlast ervaart door houtrook, onder andere afkomstig van houtkachels, en refereert hierbij aan onderzoek van het CBS dat 10 procent van de Nederlanders overlast van diversevormen van houtrook ervaart.
Het Platform vraagt een aantal partijen waaronder de rijksoverheid actie te ondernemen om het probleem van houtrook van kachels en haarden te voorkomen dan wel sterk te verminderen. Het Platform doet een aantal voorstellen die neerkomen op:
• Voorlichting om de schadelijke effecten van houtrook meer bekend te maken.
• Het ontwikkelen van een meetmethode om handhaving mogelijk te maken.
• Het stellen van eisen aan de gehele stookinstallatie en het gebruik ervan.

Samen met onder meer de VNG worden deze voorstellen meegenomen in het Schone Lucht Akkoord, al vergt een aantal aanbevelingen nader onderzoek en nadere afstemming om te bezien of en hoe deze kunnen worden uitgewerkt. Eerst zullen de uitkomsten afgewacht worden van een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving naar de kosteneffectiviteit van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en onderzoek van het RIVM naar de herkomst van fijnstof in Nederland. Met een aantal aanbevelingen zal al voor het komende stookseizoen aan de slag gegaan worden.

Een van de aanbevelingen van het Platform is om in te zetten op voorlichting aan mensen met een kachel. Op diverse plekken is al informatie terug te vinden voor stokers, onder meer via de website van het RIVM en de stookwijzer, maar het blijkt dat veel stokers zich niet bewust zijn van belangrijke kennis, zoals dat er beter niet gestookt kan worden bij windstil weer. Samen met gemeenten en de kachelbranche en door gebruik te maken van de al beschikbare informatie zal vóór het komende stookseizoen worden ingezet op uitbreiding van de bestaande voorlichting.


Een nadrukkelijke aanbeveling van het Platform is om gemeenten meer armslag te geven bij de handhaving van overlastsituaties. Een belangrijk aspect daarbij is dat gemeenten aangeven dat het moeilijk is om vast te stellen wanneer er sprake is van overlast doordat een goede meetmethode ontbreekt. TNO is gevraagd te onderzoeken of er een geschikte methode bestaat of ontwikkeld kan worden die door gemeenten met voldoende nauwkeurigheid en tegen acceptabele kosten kan worden gebruikt in overlastsituaties. Voor het gezondheidsaspect zal het RIVM betrokken worden bij deze opdracht. Naast overlast door de schadelijke componenten van houtrook speelt volgens het eerder aangehaalde onderzoek van MilieuCentraal ook hinder door geuroverlast een rol. Ook hiervoor wordt  met het Platform op korte termijn invulling gegeven om op basis van een onafhankelijk advies een methode te ontwikkelen om objectief de hinder te kunnen vaststellen.

Een van de andere aanbevelingen van het Platform is om actief een signaal af te geven als de weersomstandigheden zeer ongunstig zijn voor het stoken. In het verleden is samen met de gemeente Nijmegen een Stookwijzer ontwikkeld. Op basis van de Stookwijzer zal samen met gemeenten gewerkt worden aan een stookalert: een actief signaal dat uitgaat op het moment dat de weersomstandigheden ongunstig zijn en langere tijd blijven in combinatie met een slechte luchtkwaliteit. Gedacht kan worden aan de vorm van een sms bericht of een persbericht dat door lokale en landelijke nieuwsdiensten gebruikt kan worden. Stokers kunnen op basis van het alert besluiten om niet te stoken. De uitwerking zal plaatsvinden in overleg met de partijen in het Platform.

Met brief d.d. 15 januari 2019 heeft de Staatssecretaris toegezegd dat er scherpere eisen worden gesteld aan houtkachels. Tevens bevestigt ze dat TNO bezig is met een onderzoek om de schadelijke componenten in de rook te kunnen meten. In het SLA zullen nadere maatregelen worden afgewogen.

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 

verwacht dat de luchtkwaliteit in steden na de jaarwisseling kortstondig “slecht” tot “zeer slecht” zal zijn. Het afsteken van vuurwerk veroorzaakt smog door fijn stof. Door de verwachte matige westenwind neemt de hoeveelheid luchtvervuiling gedurende de nacht geleidelijk af.

Een verhoogde concentratie fijn stof in de lucht door vuurwerk kan, samen met andere luchtverontreiniging, leiden tot een verminderde longfunctie, verergering van astma en COPD chronic obstructive pulmonary disease  en een toename van luchtwegklachten als piepen, hoesten en kortademigheid.
Vooral mensen met longaandoeningen, zoals astma en COPD, en (oudere) mensen met hart- en vaatziekten kunnen last ondervinden. Zij kunnen klachten voorkomen of verminderen door de eerste uren na de jaarwisseling binnen te blijven en zich niet overmatig in te spannen. In sommige gevallen kan medicatie – in overleg met een arts – worden aangepast.

Metingen met burgers

Het RIVM verzamelt rond de jaarwisseling weer burgermetingen aan stof door vuurwerk, waarbij deelnemers eigen metingen van vuurwerksmog aanleveren voor een het data portaal van het RIVM. Overheden, burgers en andere partijen kunnen hier meetgegevens uitwisselen.
De vorige twee jaren organiseerde het RIVM een vergelijkbaar vuurwerkexperiment. Toen maakten veel deelnemers gebruik van een meetsensor die zij van het RIVM hadden ontvangen. Deze jaarwisseling is het mogelijk om data aan te leveren die met eigen sensoren van deelnemers zijn gemeten.

Informatie

  • Actuele en verwachte smogniveaus vindt u op luchtmeetnet.nl, NOS-Teletekst pagina 711 en 712, en de luchtkwaliteitsapp (IOS, Android) van het RIVM, GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst  Amsterdam, DCMR Milieudienst Rijnmond , provincie Limburg, OMWB Omgevingsdienst Midden en West Brabant  en ODRA Omgevingsdienst regio Arnhem .
  • Meer informatie over Smog staat in het dossier op rivm.nl
  • Als u klachten ondervindt, kunt u hierover contact opnemen met uw huisarts of de plaatselijke GGD.
  • Informatie over longziekten en luchtvervuiling vindt u bij het Longfonds

Scherpere eisen aan Houtkachels

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zet zich in om de emissies uit houtkachels te verminderen.

Daartoe zal de Ecodesign-richtlijn uiterlijk per 1 januari 2020 ook in Nederland van kracht worden voor nieuw verkochte kachels (inbouwhaarden, pelletkachels, vrijstaande kachels enz.). Die EU-richtlijn, die al enkele jaren o.a. in Duitsland gehanteerd wordt, stelt eisen aan de emissies (fijnstof, CO, enz.) en de effectiviteit (stookrendement). Zie https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/functies/hinder-houtkachels/

Verder zal er meer voorlichting komen om de gebruikers van openhaarden bewust te maken van de impact op de gezondheid door de uitstoot van fijnstof, met name door het gebruik van nat hout en het stoken bij weersomstandigheden waardoor de rook blijft hangen.

Om vooral de aandacht te vestigen op dit laatste aspect wordt er gewerkt aan het opzetten van een stookalert. Het RIVM en het KNMI werken hieraan en het is de bedoeling het alert komende herfst 2019 operationeel te hebben.

Om de door open haarden veroorzaakte overlast te kunnen vaststellen is TNO bezig met een onderzoek hoe de voor de gezondheid schadelijke componenten in de rook uit de schoorsteen gemeten kunnen worden.

Bij de uitwerking van het Schone Lucht Akkoord zullen nadere maatregelen afgewogen worden.

Voor nadere informatie kunt u hier de brief lezen waar de plannen worden uiteengezet.