aNovo-actueel: telkens opnieuw kritisch kijken naar algemene maatschappelijke onderwerpen

Blue Color

Brief d.d. 15 januari 2019 van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan de Voorzitter van de 2e Kamer betreffende houtrook van particuliere kachels. Kenmerk IENW/BSK-2019/6882

Houtrook en houtstook blijven de gemoederen van veel mensen bezighouden. Ongeveer een op de vijf huishoudens heeft een open haard of een kachel en de eigenaren associëren houtstook met gezelligheid. Tegelijkertijd geeft ongeveer de helft van de mensen aan weleens last te hebben van houtrook van kachels of vuurkorven. Daar staat tegenover dat uit onderzoek van Milieu Centraal 1) blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlanders positief staat tegenover het stoken van hout. Tien procent van de bevolking wil een stookverbod. Deze cijfers maken duidelijk dat het een onderwerp is met veel verschillende standpunten en geen pasklare oplossingen.

Het RIVM geeft aan 2) dat fijnstof afkomstig van houtverbranding niet duidelijk meer of minder schadelijk is dan fijnstof afkomstig van andere (verbrandings)bronnen, zoals het verkeer. Op basis van de huidige inzichten blijft het vanuit gezondheidskundig oogpunt volgens het RIVM raadzaam om emissies van verbranding, van welke bron dan ook, te beperken.

Dat vraagt om een gebalanceerd beleid, waarbij ook naar kosteneffectiviteit en draagvlak gekeken moet worden. Het Platform Houtrook en Gezondheid is met de verschillende partijen tot aanbevelingen gekomen om de overlast te verminderen.

Ik heb in mijn reactie 3) aangegeven dat ik drie aanbevelingen direct wil overnemen; voor de andere aanbevelingen heb ik aan het Platform gevraagd om die voorstellen nader uit te werken.

Een categorisch verbod van houtstook – zoals sommige mensen willen – is wat mij betreft niet aan de orde. Wel wil ik mij inzetten om de belangrijkste gezondheidseffecten te beperken. Het is goed om hierbij onderscheid te maken tussen problematiek waarbij rijksbeleid noodzakelijk is en situaties waarbij gemeenten in staat worden gesteld om lokale overlastsituaties gericht aan te kunnen pakken.
Ik werk daarom aan een drieslag. In het licht van de aanbeveling van het RIVM wil ik er allereerst voor zorgen dat de emissies uit houtkachels verminderen.
Daarnaast wil ik er in overleg met het Platform voor zorgen dat mensen zich bewust zijn van de gevolgen van stoken voor de eigen gezondheid en die van de omgeving. Ten slotte wil ik gemeenten in staat stellen om overlastsituaties aan te pakken door het ontwikkelen van een meetprotocol. Met deze brief wil ik u graag informeren over de voortgang op deze drie punten.

Bronbeleid: scherpere eisen aan houtkachels
De Ecodesign-richtlijn 4) treedt in werking per 1 januari 2022. Daarmee worden er strengere emissie-eisen aan (pellet)kachels gesteld. België heeft al enige tijd strenge emissie-eisen aan nieuwe kachels. Recent heeft Vlaanderen besloten het beleid op het gebied van houtstook nog verder aan te scherpen en er wordt nu onderzocht of het mogelijk is met betere voorlichting en retrofitting van kachels de emissies verder terug te dringen. Ook Duitsland kent strengere emissie-eisen voor kachels en het onderhoud daarvan.

Met het dichterbij komen van de invoerdatum van de Ecodesign-richtlijn en de regelgeving en ontwikkelingen in België en Duitsland, bestaat er daarom een toenemende kans dat kachels die nog niet aan de Ecodesign-eisen voldoen in Nederland op de markt komen. Ik vind dat geen wenselijke ontwikkeling en ik wil daarom in het belang van een gelijk speelveld komen tot een regeling om zo snel mogelijk, maar uiterlijk per 1 januari 2020, de nieuwe eisen van de Ecodesign- richtlijn ook in Nederland net als in onze buurlanden van kracht te laten zijn voor nieuw verkochte kachels. Ook de Nederlandse Haarden en Kachelbranche heeft zich positief uitgelaten over het versneld invoeren van de strengere eisen. 5)

Betere voorlichting over de gezondheidsaspecten van houtrook
Niet iedereen is zich er voldoende van bewust dat het gezellige haardvuur of de kachel leidt tot de uitstoot van schadelijke stoffen en dus een impact op de gezondheid: niet alleen voor de bezitter van de kachel zelf, maar ook voor de omgeving. Met name door het gebruik van nat hout of door de kachel aan te steken bij weersomstandigheden waardoor de rook blijft hangen, kunnen incidenteel de concentraties fijnstof lokaal erg hoog worden. Mijn inzet is erop gericht om samen met gemeenten en andere leden van het Platform, eigenaren van een open haard of kachel van betere informatie te voorzien zodat ze rekening kunnen houden met de gezondheidsimpact van houtrook voor zichzelf en hun buren. Het is belangrijk dat degenen met een open haard of (pellet)kachel worden bereikt met deze boodschap. We willen namelijk dat de bezitters van haarden en kachels zich bewust zijn van de gezondheidsimpact en de overlast die veroorzaakt kan worden zodat ze hun stookpatroon kunnen aanpassen. Op dit moment wordt een communicatieboodschap uitgetest met een bewonerspanel, waarna de boodschap kan worden aangescherpt. Op basis van die boodschap kunnen gemeenten andere partijen voorlichting geven via hun website, persberichten of andere media die zij willen inzetten. Het streven is om zo veel mogelijk eenduidig te communiceren via de verschillende kanalen. Het voorlichtingsmateriaal is beschikbaar met ingang van het komende stookseizoen.
Er zijn twee praktische zaken van belang bij de voorlichting: allereerst is de wijze van stoken en het materiaal dat wordt ingezet (nat of droog) van belang voor de emissies uit de schoorsteen. Het is dus van belang dat mensen die een kachel aanschaffen op dat moment weten hoe je moet stoken. Dit wil ik meenemen in de voorlichting en daar wil ik afspraken over maken met bijvoorbeeld de Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche.

Daarnaast is het belangrijk dat mensen niet stoken op momenten dat het door de weersomstandigheden niet aan te raden is omdat de schadelijke stoffen dan in de directe omgeving blijven hangen. Hiervoor is in samenwerking met de gemeente Nijmegen de Stookwijzer (www.stookwijzer.nu) ontwikkeld. Deze geeft op postcodeniveau aan of het op basis van de lokale luchtkwaliteit en de windkracht aan te raden is om te stoken of niet. De stookwijzer wordt ruim duizend keer per maand bezocht.
Het Platform heeft ook aangeraden om een stookalert op te zetten. Ook dit heb ik opgepakt en deze wordt door het KNMI en het RIVM momenteel vormgegeven. De bedoeling is om met ingang van het komende stookseizoen het alert operationeel te hebben.

Aanpak van overlast
Overlast door houtrook betreft in de eerste plaats een lokale problematiek. Gemeenten kunnen daar zelf mee aan de slag en doen dat vaak ook al door inzet van buurtbemiddeling in situaties waarbij er sprake is van ernstige overlast. In veel gemeentelijke APV’s is weliswaar opgenomen dat men geen overlast mag veroorzaken met bijvoorbeeld vuurkorven, maar het blijkt in de praktijk voor hen lastig om het begrip “hinder” zodanig te onderbouwen dat het kan leiden tot een verbod voor de overlastgever om nog langer te stoken.

Het Platform heeft aangegeven dat gemeenten behoefte hebben aan een methode om die overlast vast te stellen en op basis daarvan op te treden. Momenteel is in mijn opdracht TNO bezig met het uitvoeren van een pilot waarbij onderzocht wordt welke voor de gezondheid schadelijke componenten eenvoudig gemeten kunnen worden, waarbij de gemeten waarden gerelateerd kunnen worden aan de rook uit de schoorsteen. In de komende maanden worden de resultaten van de pilot geëvalueerd en uitgewerkt in een protocol zodat naar verwachting in het komende stookseizoen gemeenten op basis van het protocol de overlastsituaties kunnen aanpakken.

Tot slot
Naast de bovengenoemde punten, heeft het Platform aandacht gevraagd voor de schijnbare tegenstelling tussen enerzijds het streven naar schone lucht en anderzijds de ISDE-subsidie op pellet kachels. In het Ontwerp Klimaatakkoord is aangegeven dat in 2019 onderzoek wordt uitgevoerd naar de wenselijkheid van de subsidie voor kleine installaties. Dit onderzoek zal medio 2019 gereed zijn.
Daarnaast werk ik op basis van het advies van de Gezondheidsraad 6) en lopende onderzoeken door onder meer het RIVM en PBL aan de uitwerking van het Schone Lucht Akkoord. Daarbij zal ik op basis van de gezondheidsindicator die ik het RIVM gevraagd heb te ontwikkelen, verdere maatregelen afwegen. Zoals toegezegd is mijn streven dit voor de zomer aan uw Kamer te sturen.

1 ‘Hout Stoken: Lust of last’, Motivaction in opdracht van Milieu Centraal, 2015.
2 www.rivm.nl/dossier-fijn-stof.
3 Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 30 175, nr. 293.
4 Richtlijn (EU) 2015/1185).
5 https://www.nu.nl/ondernemen/5531000/kachelbranche-ook-nederland-moet-strenge-fijnstofnorm- invoeren.html.
6 Kamerstuk 30 175, nr. 292.

Kabinet akkoord met harmonisatie milieuzones

Automobilisten die rijden op diesel kunnen vanaf 2020 op twee manieren te maken krijgen met een milieuzone. Gemeenten die een milieuzone invoeren, kunnen dieselauto’s die op 1 januari 2020 ouder zijn dan 15 jaar, of ouder dan 20 jaar, in hun zone weigeren.Milieuzones blijven wel toegankelijk voor benzineauto’s.

Verder komt er een systeem van eenduidige bebording dat begrijpelijk is voor de automobilist. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat. Het voorstel wordt nu ter voorhang aan zowel de Eerste als de Tweede Kamer gezonden.

Gemeenten bepalen zelf of zij een milieuzone invoeren, of ze auto’s van 15 dan wel 20 jaar weren, en hoe groot de milieuzone is. De nieuwe regels gelden vanaf 2020. De twee categorieën van milieuzones schuiven in 2025 een stap op. Dit omdat auto’s in Nederland sowieso steeds schoner worden. Zo kunnen gemeenten blijven werken aan schone lucht.

Het harmoniseren van milieuzones is opgenomen in het regeerakkoord van het kabinet.

Bron: Nieuwsbericht van de rijksoverheid | 12-04-2019

Zie ook https://www.milieuzones.nl/nieuws

Op 21 september 2018 organiseerde de vereniging Leefmilieu in Amersfoort een bijeenkomst over de overlast van houtrook. Twee workshops gingen over de manieren waarop je ‘houtrookvrij’ in je gemeente op de kaart kunt zetten. Vanuit de ervaringen van de deelnemers werden de volgende concrete initiatieven genoemd:

  • Ga op gesprek bij je wethouder en bespreek het probleem van de houtrookoverlast.
  • Wijs op de zorgplicht die de gemeente heeft naar haar burgers.
  • Vraag je gemeente burgers voorlichting te geven over, bijvoorbeeld door een artikel in het huis-aan-huisblad.
  • Dring bij de gemeente aan een voorbeeldfunctie te vervullen en in de eigen gebouwen geen houtkachels te plaatsen.
  • Vraag de gemeente de verkoop van houtkachels niet te stimuleren.
  • Vraag de gemeente om een ontmoedigingsbeleid en om zich in te zetten voor het stoppen van de subsidie op houtkachels.
  • Een aantal gemeenten heeft een ombudsman. Schakel de ombudsman in bij houtrookoverlast.
  • Agendeer het onderwerp op bijeenkomsten over luchtkwaliteit en duurzaamheid.
  • Pleit voor het invoeren van een roetnorm.
  • Informeer en betrek veel mensen. Dit vraagt een lange adem.

 Heeft u suggesties of wilt u alvast op de hoogte gehouden worden? Stuur dan uw gegevens naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Grote steden in Nederland tonen te weinig ambitie op het gebied van duurzame mobiliteit. Dat blijkt uit een analyse van Natuur & Milieu. Natuur & Milieu analyseerde de nieuwe collegeakkoorden van de 32 meest dichtbevolkte gemeenten. Bijna de helft van de gemeenten scoort een onvoldoende of matig.

Met name maatregelen voor elektrisch rijden, zoals laadpalen, blijven flink achter. In minder dan de helft van de onderzochte collegeakkoorden zijn daar plannen voor. In een derde van de akkoorden wordt zelfs met geen woord gerept over elektrisch rijden. ‘Een kwalijke zaak. Steden hebben de sleutel in handen richting schonere lucht en een lagere CO2-uitstoot. Vooral zij kunnen maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen,’ aldus Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu.

 

Antwoord van de Staatssecretaris van I en S op brief van het Platform Houtrook en Gezondheid d.d. 8 maart 2018

Den Haag, 30 mei 2018

Het onderwerp houtrook staat met enige regelmaat in de publieke aandacht. Ook uw Kamer heeft in het verleden en tevens recent aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Zo is via de motie Cegerek c.s. de regering verzocht in overleg te treden met het RIVM en gemeenten om de problemen en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. Deze vraag is voorgelegd aan het Platform Houtrook en Gezondheid, waarin gemeenten, RIVM en andere belanghebbende partijen zijn verenigd. Het Platform heeft mij recent vijftien oplossingsrichtingen doen toekomen waar ik samen met gemeenten, provincies en andere betrokkenen mee aan de slag wil gaan. Als bijlage bij deze brief treft u de brief aan die het Platform mij heeft gestuurd.

In deze kamerbrief ga ik in op het verzoek van het lid Wassenberg om een inhoudelijke reactie op de brief van het Platform, zoals al eerder was toegezegd. Daarmee beschouw ik bovenstaande motie en toezegging als afgedaan.

Het Platform Houtrook en Gezondheid

Allereerst wil ik ingaan op de aanbevelingen van het Platform Houtrook en Gezondheid. Het Platform stelt dat een groot aantal mensen overlast ervaart door houtrook, onder andere afkomstig van houtkachels, en refereert hierbij aan onderzoek van het CBS5 dat 10 procent van de Nederlanders overlast van diverse vormen van houtrook ervaart.

Het Platform vraagt een aantal partijen waaronder de rijksoverheid actie te ondernemen om het probleem van houtrook van kachels en haarden te voorkomen dan wel sterk te verminderen. Het Platform doet een groot aantal voorstellen die neerkomen op:

  • Voorlichting om de schadelijke effecten van houtrook meer bekend te maken.

  • Het ontwikkelen van een meetmethode om handhaving mogelijk te maken.

  • Het stellen van eisen aan de gehele stookinstallatie en het gebruik ervan.

Acties

Ik wil de aanbevelingen graag samen met onder meer de VNG meenemen in het Schone Lucht Akkoord, al vergt een aantal aanbevelingen nader onderzoek en nadere afstemming om te bezien of en hoe deze kunnen worden uitgewerkt. Daartoe ga ik in gesprek met de leden van het Platform, waaronder de VNG, maar wil ik eerst de uitkomsten afwachten van een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving naar de kosteneffectiviteit van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en onderzoek van het RIVM naar de herkomst van fijnstof in Nederland. Met een aantal aanbevelingen wil ik al voor het komende stookseizoen aan de slag.

Voorlichting

Een van de aanbevelingen van het Platform is om in te zetten op voorlichting aan mensen met een kachel. Op diverse plekken is al informatie terug te vinden voor stokers, onder meer via de website van het RIVM en de stookwijzer, maar het blijkt dat veel stokers zich niet bewust zijn van belangrijke kennis, zoals dat er beter niet gestookt kan worden bij windstil weer. Samen met gemeenten en de kachelbranche en door gebruik te maken van de al beschikbare informatie zal vóór het komende stookseizoen worden ingezet op uitbreiding van de bestaande voorlichting.

Overlast en hinder

Een nadrukkelijke aanbeveling van het Platform is om gemeenten meer armslag te geven bij de handhaving van overlastsituaties. Een belangrijk aspect daarbij is dat gemeenten aangeven dat het moeilijk is om vast te stellen wanneer er sprake is van overlast doordat een goede meetmethode ontbreekt. Ik heb TNO gevraagd te onderzoeken of er een geschikte methode bestaat of ontwikkeld kan worden die door gemeenten met voldoende nauwkeurigheid en tegen acceptabele kosten kan worden gebruikt in overlastsituaties. Voor het gezondheidsaspect zal het RIVM betrokken worden bij deze opdracht. Naast overlast door de schadelijke componenten van houtrook speelt volgens het eerder aangehaalde onderzoek van MilieuCentraal ook hinder door geuroverlast een rol. Ook hiervoor wil ik met het Platform op korte termijn invulling geven om op basis van een onafhankelijk advies een methode te ontwikkelen om objectief de hinder te kunnen vaststellen.

Stookwaarschuwingen

Een van de andere aanbevelingen van het Platform is om actief een signaal af te geven als de weersomstandigheden zeer ongunstig zijn voor het stoken. In het verleden is samen met de gemeente Nijmegen een Stookwijzer ontwikkeld. Op basis van de Stookwijzer wil ik samen met gemeenten werken aan een stookalert: een actief signaal dat uitgaat op het moment dat de weersomstandigheden ongunstig zijn en langere tijd blijven in combinatie met een slechte luchtkwaliteit. Gedacht kan worden aan de vorm van een sms bericht of een persbericht dat door lokale en landelijke nieuwsdiensten gebruikt kan worden. Stokers kunnen op basis van het alert besluiten om niet te stoken. De uitwerking zal plaatsvinden in overleg met de partijen in het Platform.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer