aNovo-actueel: telkens opnieuw kritisch kijken naar algemene maatschappelijke onderwerpen

Blue Color

12 november 2019

De Eerste Kamer heeft dinsdag een motie aangenomen van senator Koffeman (PvdD) die de regering verzoekt alle voorgenomen subsidies voor hout-bijstook in kolencentrales op zo kort mogelijke termijn stop te zetten. Eerst moet worden gewacht op het duurzaamheidskader van het Planbureau voor de Leefomgeving en het komende SER-advies over biomassa en vaststelling van nadere regels in het parlement.

Alleen de VVD-fractie stemde tegen de motie. Senator Koffeman had de motie ingediend tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op dinsdag 29 oktober 2019 en 12 november aangepast.

Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) gaf in een reactie voorafgaand aan de stemming aan dat het kabinetsbeleid is om geen nieuwe beschikkingen af te geven voor subsidies van hout als bijstook in kolencentrales. Bestaande subsidiebeschikkingen worden daarentegen 'uitgezeten', aldus Wiebes die verder aangaf dat het kabinet zich nog moet uitspreken over biomassacentrales.

Een tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ingediende motie van senator Gerbrandy (OSF) om de zogenoemde verhuurderheffing sterk te verminderen en op termijn af te schaffen, werd dinsdag door de indiener aangehouden.


Omslag naar duurzame en sterke landbouw definitief ingezet

De omslag naar kringlooplandbouw krijgt een forse impuls. Om belemmeringen weg te nemen die innovaties in de weg staan, krijgen kringloopboeren experimenteergebieden toegewezen. De omslag naar een sterke en duurzame landbouw krijgt verder vorm door wet- en regelgeving aan te passen  om het gebruik van kunstmest terug te dringen en dierlijke mest te bevorderen. Om (voedsel)reststromen vaker als veevoer te kunnen gebruiken, gaat ook regelgeving op de schop. Voor boeren die hun bedrijf natuurinclusief willen maken maar onvoldoende grond hebben, stelt Staatbosbeheer grond beschikbaar.

Dat schrijft minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in het realisatieplan van haar visie op een duurzame en sterke landbouw in 2030, dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd. In dat realisatieplan ‘Op weg met perspectief’ dat in nauwe samenwerking met boeren en andere partijen tot stand is gekomen, doet de minister uit de doeken hoe de beweging naar kringlooplandbouw in gang is gezet en onomkeerbaar is.

Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/17/omslag-naar-duurzame-en-sterke-landbouw-definitief-ingezet

Landschap verdient volwaardige plek in het ruimtelijk beleid

 
11-11-2019 | Nieuwsbericht van het Planbureau voor de Leefomgeving
 

In het signalenrapport "Zorg voor landschap. Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid" pleit het PBL ervoor om de kwaliteit van het landschap volwaardig mee te wegen bij de keuzes die worden gemaakt bij het plannen van projecten die de beleving van de leefomgeving beïnvloeden.  Het klimaatakkoord, de voortgaande verstedelijking, het natuurbeleid en veranderingen in de landbouw leggen steeds meer claims op het landschap. Bijvoorbeeld met het aanleggen van zonneparken, windmolenparken, grote distributiecentra en woonwijken.

Het landschapsbeleid is in 2012 gedereguleerd en de zorg voor het landschap is niet voldoende geborgd in de Omgevingswet. Landschap is een publiek belang; voor ingrepen in het landschap is maatschappelijk draagvlak wenselijk. Politiek en beleid zijn zich hiervan bewust.
Het ministerie van BZK werkt aan een Beleidsbrief Landschap die in 2019 zal verschijnen als aanvulling op de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dat onder de nieuwe Omgevingswet hangt, en in het nieuwe Gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU kunnen belangrijke stappen worden gezet naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid.

Zorg om landschap

Het Nederlandse landschap is de afgelopen 30 jaar sterk veranderd. Het areaal bebouwd gebied is toegenomen van 12 naar 16 procent en het aantal windturbines op land is gestegen van 300 in 1990 tot ruim 2.000 in 2019. Ook het aantal datacenters in het buitengebied is jaarlijks met 10 procent toegenomen. Karakteristieke sloten en houtwallen zijn verdwenen als gevolg van de efficiencyvergroting in de landbouw. In 2017 waren er 22 zonneparken van meer dan 1 megawatt in Nederland; inmiddels zijn dit er 80. De druk op het Nederlandse landschap neemt toe. Burgers maken zich zorgen over het verdwijnen van de openheid, vergezichten en bomen, en over de toename van het aantal windmolens, zonneparken en ‘distributie- en datadozen’.

Landschappelijke kernwaarden inventariseren

In het huidige omgevingsbeleid is het landschap vaak een sluitpost met als gevolg dat ons landschap versnippert en de zorg over de toekomst van het Nederlandse landschap toeneemt. Om ‘landschapsinclusief’ omgevingsbeleid te stimuleren is het wenselijk om het landschap expliciet te borgen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit stimuleert provincies tot het inventariseren van hun landschappelijke kernwaarden. Hieraan kunnen dan doelstellingen worden verbonden voor waterschappen en gemeenten.

Meervoudig ruimtegebruik stimuleren

De opgaven met betrekking tot energietransitie, landbouw, verstedelijking, klimaatadaptatie en biodiversiteit vragen om ingrepen die lokaal vaak goed zijn te combineren. Combineren van functies leidt tot meervoudig ruimtegebruik en daarmee ruimtebesparing. Dit kan zorgen voor een als mooier ervaren landschap. Het Rijksprogramma Ruimte voor de Rivier heeft bewezen dat dit kan: nationale waterveiligheidsdoelen werden verbonden aan doelen voor natuur, landschap en recreatie. De aanbeveling van de PBL-studie is om functies waar dit kan te verbinden en alleen te scheiden als dit niet anders kan, bijvoorbeeld bij de functies natuur en intensieve landbouw.

Waardevolle landschappen en Nationale parken nieuwe stijl

Landschappen met een grote betekenis voor de Nederlandse samenleving en unieke
cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn onvervangbaar en verdienen nationale aandacht.
De Nederlandse nationale parken zijn echter kwetsbaar. Het PBL beveelt aan om een schil rond deze parken te ontwikkelen met hierin extra aandacht voor meervoudig en landschapsinclusief ruimtegebruik. Dit biedt mogelijkheden om Nationale parken beter in te passen in hun directe landschappelijke omgeving en ruimtelijk en functioneel te verbinden met die omgeving. Zo kan Nederland Nationale parken krijgen met een robuuste kern natuurgebied en daaromheen een schil van natuur- en cultuurlandschappen.

De website Follow the Money (ftm) berichtte:

Als zelfs de eigen ondernemingsraad zich tegen wéér een ict-project keert, mag duidelijk zijn dat UWV en ict een ongelukkig huwelijk vormen. Hoewel de datakathedraal die het UWV wilde bouwen honderden miljoenen verslond, bleef het bij krakkemikkige sites. Uit deze reconstructie van zeventien jaar ict-drama blijkt dat het samenvoegen van zes ict-systemen met een paar ton ook was gelukt.

  • Bij de start van het UWV in 2002 zijn de ict-ambities torenhoog. Het samenvoegen van zes ict-systemen moest leiden tot een nationale bron van informatie, die diverse overheidsinstanties bedient.
  • Gekoppeld aan een verplichte halvering van de kosten werd het een recept voor mislukking. Ook omdat, zo zegt hoogleraar informatiesystemen Chris Verhoef, ‘mensen in de besluitvorming vaak niet begrijpen dat je beter bestaande ict-systemen beheerst kunt omvormen dan alles opnieuw bouwen.’
  • Zeventien jaar ict-ellende maakt zelfs de eigen ondernemingsraad huiverig voor nieuwe, grootschalige plannen. Daar kwam bijna ruzie van.
  • De top van het UWV beloofde dat er voorlopig geen extra managementlaag komt en dat alle deelprojecten langs het Bureau ICT-toetsing gaan. Maar de positie van het BIT wankelt, al kan het UWV daar niet veel aan doen.

Uit het Nieuwsbericht d.d. 29 april 2019 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen citeren we:

"De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen is blij dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opdracht heeft gegeven om twee onderzoeken te laten uitvoeren naar de verdwenen alleenstaande minderjarigen uit de asielopvang. ‘Deze kinderen zijn kwetsbaar voor mensenhandel en seksueel geweld. De Nederlandse overheid heeft de voogdij over deze kinderen. We moeten weten waar deze kinderen terecht zijn gekomen, zeker als er signalen zijn van mensenhandel’, zegt Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar.

In de uitzending van het VPRO-programma Argos van 30 maart 2019 kwam aan het licht dat in de afgelopen vijf jaar zo’n zestig Vietnamese kinderen zijn verdwenen uit de Beschermde Opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De Beschermde Opvang is speciaal opgericht voor minderjarigen die (vermoedelijk) slachtoffer zijn van mensenhandel en extra bescherming nodig hebben. Uit de uitzending bleek dat er aanwijzingen zijn dat de verdwenen kinderen slachtoffer worden van mensenhandel, onder meer in Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Nederland. Het is al langer bekend dat minderjarige Vietnamezen in Groot-Brittannië relatief vaak worden uitgebuit, onder andere door gedwongen te werken in nagelsalons, in de hennepteelt en in de prostitutie. Naar aanleiding van de uitzending van Argos, riepen de Tweede Kamer en de Nationaal Rapporteur op tot diepgravend onderzoek.

Specifiek onderzoek naar Vietnamese kinderen

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft in zijn brief van 24 april 2019 aan de Tweede Kamer twee onderzoeken aangekondigd. Het eerste onderzoek richt zich specifiek op Vietnamese kinderen en zal worden uitgevoerd door het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM). Het EMM zal de omvang onderzoeken van- en de omstandigheden waarin Vietnamese kinderen met onbekende bestemming uit de Beschermde Opvang zijn vertrokken in de periode van 2015 tot 2019. Daarnaast zal het EMM ook de betrokkenheid van Vietnamezen onderzoeken bij signalen van- en opsporingsonderzoeken naar mensenhandel en mensensmokkel in Nederland in de periode van 2015 tot 2019. De resultaten worden dit najaar verwacht. Gezien de complexiteit van het onderzoek, is het belangrijk dat specifieke kennis over het onderwerp en de doelgroep hierbij wordt betrokken.

Onderzoek naar verdwenen kinderen uit Beschermde Opvang

Het tweede onderzoek richt zich niet alleen op verdwenen Vietnamese kinderen, maar kijkt naar alle alleenstaande minderjarige asielzoekers die uit opvanglocaties zijn verdwenen. In de periode van 2013 tot en met 2017 zijn ruim 1.000 kinderen vanuit verschillende locaties in Nederland verdwenen. In de Slachtoffermonitor mensenhandel van 18 oktober 2018 uitte de Nationaal Rapporteur al eerder zijn grote zorgen over de verdwijningen van deze kinderen. Ook in andere Europese landen verdwijnen veel kinderen na registratie uit het zicht van de autoriteiten.

‘Het probleem van kinderen die ergens zijn aangemeld en daarna verdwijnen is nationaal en internationaal van enorme omvang. Zaken die gaan over kinderen in zulke kwetsbare situaties, vragen om diepgravend onderzoek’, zegt rapporteur Bolhaar. De Nationaal Rapporteur is daarom blij met de aangekondigde onderzoeken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Gezien de internationale dimensie van de problematiek, wijst hij op het belang dat deze onderzoeken in Europees verband uitgevoerd worden."

Het kabinet wil het voor werkgevers aantrekkelijker maken om mensen in vaste dienst te nemen. Minister Koolmees komt daarom met een pakket aan maatregelen die dit samen bereiken. Deze nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) gaat vandaag in internetconsultatie. De minister wil het wetsvoorstel voor de zomer naar de Raad van State sturen en daarna naar de Tweede Kamer.

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) bevat deze samenhangende maatregelen.

  • Ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. Nu moet de werkgever aan 1 van de 8 ontslaggronden volledig voldoen. Deze nieuwe negende grond geeft de rechter de mogelijkheid omstandigheden te combineren. De werknemer kan een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag.
  • Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd.
  • De opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden.
  • Er komt een regeling voor kleine werkgevers om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte. Dit wordt verder uitgewerkt in aanvullende regelgeving.
  • Verlenging van de proeftijd voor vaste contracten van 2 maanden naar 5 maanden.
  • De opeenvolging van tijdelijke contracten (de ketenbepaling) wordt verruimd. Nu is het mogelijk om aansluitend 3 contracten in 2 jaar te aan te gaan. Dit wordt 3 jaar.
  • Ook wordt het mogelijk om de pauze tussen een keten tijdelijke contracten per cao te verkorten van 6 naar 3 maanden als er sprake is van terugkerend tijdelijk werk dat maximaal 9 maanden per jaar kan worden gedaan.
  • Daarnaast komt er een uitzondering op de ketenregeling voor invalkrachten in het primair onderwijs die invallen wegens ziekte.
  • Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever, met uitzondering van pensioen waar een eigen regeling voor geldt. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd.
  • Er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens 4 dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk wordt afgezegd. De termijn van 4 dagen kan bij cao worden verkort tot 1 dag.
  • De ww-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de ww-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.