Geschiedenis van de Gorsselse Heide

De Gorsselse Heide ligt in een laag dekzandgebied, ontstaan door stuifzand in de laatste ijstijd en grenst aan het diep glaciaal bekken van de IJsselvallei. Deze zijn ongeveer 15000 jaar geleden gevormd. Dit dekzandgebied wordt doorsneden door de Flierderbeek en de Dommerbeek, die ontspringt vanuit de heide. De oorspronkelijke begroeiing van de dekzandgronden in dit gebied bestaat uit berken-zomereikbos, eikeelzenbos en op lage plekken elzenbroekbos. In de vroege Middeleeuwen zijn het rondtrekkende landbouwers die hun runderen laten grazen in deze bosweiden. Door begrazen en afplaggen werden voedingsstoffen ontrokken en ontstonden onvruchtbare kale stukken grond. Dit waren dé groeiplaatsen voor heide. Zo ontstaan in deze regio heidevelden. Door de boeren worden ze gebruikt als aanvullende weidegronden.

Als landbouwers in de vroege middeleeuwen ontdekken dat mest de bodemstructuur en vruchtbaarheid verbetert, ontstaat het potstalsysteem. Schapen begrazen overdag de heide en gaan ’s avonds op stal, waar de mest opgepot wordt. Heideplaggen worden gebruikt om de schapen een drogere ondergrond te geven. In het vroege voorjaar wordt de mest uit de stallen op het land gebracht. In de loop van de eeuwen hoogt zo het bouwland op. Met deze opgehoogde akkers ontstaat het essenlandschap. In dit zogenoemde heidelandbouwsysteem staan de schapen in dienst van de akkerbouw.

In de 17e en 18e, de gouden eeuw, neemt de vraag naar wol sterk toe. Wol wordt ondermeer gebruikt voor het maken van laken, een belangrijk exportproduct in die tijd. Steeds meer boeren gaan over op schapenteelt. Het areaal heide tussen Gorssel, Lochem en Zutphen is dan gegroeid tot 5000 ha. De welvaart in die periode leidt tot een sterke toename van bevolkingsgroei en tot een steeds grotere vraag naar voedsel. Essen worden uitgebreid en de woeste gronden steeds intensiever gebruikt. In die periode worden ook natte delen van de heide in cultuur gebracht.

Rond 1880 komt er een drastische omwenteling. Met de uitvinding van kunstmest en de invoer van goedkope schapenwol uit Australië verdwijnt binnen een eeuw dit heidelandbouwsysteem. Vanaf de tweede helft 19e eeuw begint de ontginning van het heidegebied. Heide maakt plaats voor weide en productiebos. De dennenbossen in de omgeving van de Gorsselse Heide dateren uit die tijd en zijn aangelegd als productiehout voor de mijnbouw. Vanaf deze periode neemt men maatregelen om vernatting terug te dringen. Greppels worden gegraven voor ontwatering. De grond daaruit wordt in langwerpige stroken opgehoogd, enkele meters breed en tientallen meters lang. Op deze opgehoogde rabatten worden bomen geplant. De rabatten op de Gorsselse Heide dateren uit begin 19e eeuw.

De verdroging neemt nog verder toe als midden vorige eeuw het grondwaterpeil verlaagd wordt voor productieverhoging in de landbouw. Typische natte heidesoorten verdwijnen als gevolg daarvan. Grassen, berken en dennenbomen komen er voor in de plaats.

De Marke

Markebestuur regelt van de 13e tot midden 19e eeuw het gebruik en beheer van de heide

In de dertiende eeuw worden de marken opgericht om het gebruik van ‘de woeste gronden’ te formaliseren. Een marke is een onverdeeld grondgebied waar de eigenaren van de boerderijen in het aanliggende buurschap gebruiksrechten hebben. In dit gebied zijn de marken toegedeeld naar elf buurschappen, ‘de elf marken’. Deze buurschappen zijn later opgegaan in de gemeente Gorssel.

De huidige Gorsselse Heide ligt in de grootste marke, de Marke Harfsen

Marke betekent letterlijk grens. De grenzen van de marken zijn meestal natuurlijk: beken, hoogtes in het landschap e.d. Bij gebrek aan natuurlijke afbakeningen worden laekepalen of laekestenen geplaatst. Over de plaats van deze grenspalen zijn vele meningsverschillen uitgevochten. Langs de Eikenboomlaan in Joppe is nog een ‘laekesteen’ te zien. Op het verplaatsen van laekestenen staat een strenge straf. Het opnieuw plaatsen van een laekesteen is een plechtige gebeurtenis. Zoveel mogelijk omwonenden dienden daarbij aanwezig te zijn, opdat breed bekend was waar de steen behoorde te staan.

In het markebestuur worden de afspraken gemaakt over het begrazen door vee, het weiden van schapen op de heide, het steken van turf, het maaien en plaggen, het kappen van houtopslag, maar ook maatregelen om “dreigende teloorgang” te voorkomen. Markebewoners moeten onderhoudswerkzaamheden en hand- en spandiensten verrichten. Het Markebestuur regelt dit. Ook wijst het markebestuur boeren aan die toezicht uitoefenen op het gebruik van de markegrond. Vaak zijn dit omwonende boeren. Eenmaal per jaar is er een markevergadering, die toegankelijke is voor alle eigenaren van boerderijen die een waardeel (aandeel in de marke) hebben. Begin 19e eeuw begint men de marken te verdelen. Aanleiding is de precaire voedselschaarste als gevolg van de sterke bevolkingsgroei. De marken ziet men als belemmering voor het ontginnen van heidegebieden voor de landbouw. In 1866 wordt de Markenwet ingevoerd die bepaalt dat ook van ‘onverdeelde’ gronden duidelijk moet zijn wie de eigenaar is. Dit leidt tot opheffing van de marken.

Militair gebruik

In de 19e eeuw is het heidegebied al in gebruik voor militaire doeleinden, door de in Deventer gelegerde huzaren. Op 26 augustus 1833 houdt koning Willem 1 op de Gorsselse Heide een grote wapenschouw en worden medailles uitgereikt aan de verdedigers der Antwerpse citadel. Lees hier de Leeuwarder Courant van augustus/september 1833.

Het militair gebruik is te zien op een uitsnede van de militaire kaart uit 1878. Zichtbaar is ook de spoorlijn die is aangelegd in 1865. Deze spoorlijn loopt dwars door de toenmalige Gorsselse Heide, die eind 19e eeuw reikt van Gorssel tot Zutphen. Vóór de aanleg van de spoorlijn oefenen de militairen in het gebied waar op de militaire kaart ‘Gorsselse Heide’ staat, vooral westelijk van de spoorlijn. Omdat dit oefengebied te klein is geworden door de doorsnijding van het spoor, wijken de militairen uit naar wat tegenwoordig de Gorsselse Heide is. Op een militaire kaart uit 1878 is rechts van de spoorlijn ‘de taartpunt’, de huidige Gorsselse Heide, te zien met in die driehoek boerderij Kijk-over (gesloopt) en in de zuidelijke punt het Exercitieterrein.

Hieronder een kaart uit 1845

harfsen 1845

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met de verdeling van de markegronden is ruim 100 ha van de Gorsselse heide aangekocht door het toenmalige Ministerie van Oorlog. In 1908 wordt de Gorsselse Heide formeel aangeduid als militair oefenterrein. Het heideterrein is daardoor bewaard gebleven. Alle overige heide in het omringende gebied is ontgonnen voor bos-of landbouw. Tankgrachten, grote hekken en kogelvangers en "schietebulten" herinneren nog aan het militair gebruik.

De heide heeft sinds die tijd als oefenterrein dienst gedaan en was alleen in de weekenden toegankelijk en gold het als een rustgebied. De heide in engere zin werd verwaarloosd en groeide dicht met pijpenstrootje. Voor de cavaleriepaarden werd speciaal een “ven” gegraven. Dit ven staat tegenwoordig bekend als het Luteaven en was zeer in trek bij libelle- liefhebbers. Indertijd trof men er meer dan 30 soorten aan. Ook wemelde het er in de 60er jaren van levendbarende hagedissen. Een grote heidebrand heeft daar een einde aan gemaakt. Na deze brand werd een continu watervoerende brandput aangelegd. De bodem werd afgedicht met landbouwplastic. Dankzij de aanleg van de brandput kwam ondermeer Lycopodiella inundata terug. Later nam Staatsbosbeheer het beheer van de heide over van Defensie en ging over tot het plaggen van grote stukken vergraste heide. Erica tetralix en Calluna vulgaris kwamen weer terug. Uit zaad ontkiemden bovendien pionierssoorten zoals Cuscuta epithymum, Pedicularis sylvatica en Lycopodiella inundata. Het Gentiaanblauwtje, dat met 2 populaties aanwezig was, keerde echter niet terug.

In 2006 draagt het Ministerie van Defensie het terrein ‘wegens vrede’ over aan het Ministerie van LNV. Deze verkoopt dit overtollige oefen- en schietterrein in maart 2009 als terrein bestemd voor de natuur. Nu is de Stichting IJssellandschap eigenaar en het beheer is in handen van de Stichting Marke Gorsselse Heide (MGH). De Dienst Landelijk Gebied heeft een Natuurherstelplan opgesteld dat uitgevoerd gaat worden door de Stichting MGH. Via ons "blog" kunt u de uitvoering van het Natuurherstelplan volgen.

Meer informatie over de geschiedenis van onze Heide leest u in het boek van Frens Westenbrink: Gorsselse Heide - Geschiedenis, Flora en Fauna.

Onze geschiedenis

Good food from good sources form our family recipe


Copper Hill has belonged to the Williams since 1826

Nana’s vinyard summers

VVdGH

Het begin

Tekst bij de Builder
Tending guests has always been the business of our family
Mixing tradition with fresh influences and a homey atmosphere

Our promise

We only put our trust in providers who deliver fresh, sustainable and organic products.
Marie Williams, Chef

The lady of the house

Dit is de tekst via Builder
Chef Marie Williams

Make a reservation

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor.
Or call us directly +44 (0)555 555 5555

  • Steunt u ons ook?
  • logo top vvdgh thumb